“Dat dit werk zo mooi was, wist ik van te voren niet”

  • Lieneke van den Burgh
  • Medewerkers

“Positief bekrachtigen, dat is essentieel in mijn werk,” vertelt Lieneke van der Burgh, derdejaars stagiair Social Work (hbo) bij Adullam. Ze begeleidt cliënten op de twee werkcentra van Wilgenheim en Maasheim. “Ontzettend leerzaam,” vat ze samen. “En heel dankbaar werk, dat ook echt,” lacht ze.

Pay off in tekst ballon goed dat je er bent

Deze bijzondere zorg trok Lieneke nooit zo, vertelt ze. Dat komt ook omdat ze niet precies wist wat het inhield. Toen ze aan de opleiding Social Work begon, was ze een van de studenten die misschien wel als jeugdprofessional wilde gaan werken. Maar niet in de zorg voor mensen met een beperking. En velen met haar. “Uiteindelijk gingen er nog heel wat stage lopen bij mensen met een beperking. Ze vonden het nog mooi ook. Dat is exact mijn ervaring,” vertelt ze.

Snuffelen

Eerst loopt Lieneke een keer met haar zus mee, die ook bij Adullam werkt. Wat is dit leuk, denkt ze. “De mensen weten best goed wat ze kunnen en willen. Maar ze zijn ook afhankelijk van je. Ik vond het heel mooi om daar mee om te gaan en op in te spelen. En hoe dankbaar ze dan ook kunnen zijn dat je er voor ze bent! Dat is echt een bijzondere ervaring.”

“Met name als mensen het bijvoorbeeld moeilijk hebben, dan probeer ik hun stemming positief om te buigen. Op het werkcentrum verpakken we noten, schroefjes of snoep. Pas had iemand niet zo’n zin om aan de slag te gaan. ‘Ik heb buikpijn,’ zei hij. Toen heb ik hem met een grapje gestimuleerd om te gaan werken. ‘Werken is goed voor je buik,’ zei ik. Dat hielp. Dat vind ik mooie momenten. Dat zijn succesjes.”

Verder komen met mensen

“Ik heb ervaren dat je met elke cliënt iets kunt bereiken. Zo is er iemand die nooit om hulp durfde te vragen. Maar dan kon hij ook wel eens een beetje mokken dat hij niet geholpen werd. Ik probeerde hem bij te brengen, dat hij me echt mocht vragen of ik hem wilde helpen. Pas deed hij dat! Dan is het belangrijk daar aandacht aan te schenken. Ik zei: ‘Wat fijn dat je vraagt of ik kom helpen! Het is niet moeilijk, hè. Ik ben er voor jou.’ Dat geeft voldoening.”

“Altijd positief blijven, dat is mijn motto. Het is met de cliënten ook zo. Hebben ze het moeilijk gehad, de volgende dag komen ze weer monter naar hun werk. Dan begin ik zelf ook weer met frisse moed. Ik ga dagelijks met plezier naar Adullam.”

Dankbaarheid

“Het allermooiste vind ik echt, dat, hoe moeilijk de cliënten het soms ook kunnen hebben, ze toch zo dankbaar zijn voor je aanwezigheid. Dan mag je hen bijstaan in moeilijke ogenblikken. Je krijgt zoveel voldoening en waardering van ze. ‘Ik wil dat je nooit meer weg gaat,’ zeggen ze dan. Is dat niet bijzonder?”

“Waar ik van kan genieten is, als ik hen zie genieten. Van even een rondje wandelen. Of dat ze naar huis gaan het weekend. Toen de eindejaarspakketten werden uitgedeeld, stond er een poffertjeskraam. Dan zie je hen glunderen. Dat is speciaal. Dan vergeet ik even alles om me heen.”

Wat erachter zit

“Ik heb veel geleerd tijdens deze stage. En nog. Ik leer van deze mensen en hoe je hen het beste kunt begeleiden. We kijken altijd naar waar iemands gedrag door wordt veroorzaakt, vanuit onze zorgvisie, het Adullam Schutse Begeleidingsmodel (ASBM). Dat geeft inzichten waar we naar handelen.”

“Maar bovenal vind ik de liefde, zorg en aandacht waarmee deze mensen worden omringd, speciaal om te zien. De zorg en begeleiding van mensen met een beperking is maatwerk. De ene cliënt vindt het bijvoorbeeld moeilijker om met nieuwe medewerkers om te gaan dan de ander. Bij de één ging ik even zitten. Met de ander een rondje wandelen. Nog weer een ander hielp ik met eten en drinken. Per persoon wordt gekeken naar wat iemand nodig heeft.” “Als het werken een dagje niet gaat, dat geeft niet. We kijken naar wat ze wel kunnen. Daar hebben ze zoveel baat bij. Je krijgt er ontzettend veel voor terug.”

Aansluiting

“Ik vind het fijn om bij een identiteitsgebonden organisatie te werken. Het sluit aan op mijn eigen identiteit, je kunt voortzetten wat je thuis gewend bent. Dat ervaar ik als prettig. Voor de cliënten is het ook belangrijk. Het is voor ouders essentieel dat ze weten dat hun kind Bijbels onderwijs mee krijgt, naar de kerk gaat, en met zijn vragen naar de begeleiding toe kan. Het houdt voor jezelf ook wat in om cliënten Bijbels te onderwijzen. Ik wil het goed doen. Dat ze erover nadenken en dat ze er iets aan hebben. Maar dat is toch lastiger dan ik van te voren dacht. De eerste keer dat ik een vrij gebed moest doen, wat vond ik dat moeilijk.”

“Sommige cliënten hebben ook zulke indringende  vragen. Hoe moet je dan reageren? Zulke gesprekken doe ik niet zo makkelijk. Het is wennen. Wel leerzaam, dat zeker wel. En waardevol. Een cliënt wil regelmatig napraten over wat we hebben gehoord uit onze methode voor Bijbels Onderwijs. Dan vertelt ze hoe moeilijk ze het had, dat ze had gebeden en hoe ze weer krachten ontving. Dat vind ik zo mooi om te horen. Ik kan hier voorlopig nog veel leren en ervaringen opdoen.”

Like dit verhaal